|
Sensitiviteitsanalyse
Gezien de nog steeds aanzienlijke omvang van de
Belgische schuld, blijft deze nog altijd gevoelig voor
interestschommelingen. Het schuldbeheer van de federale overheid (die
ruim 90% van de totale schuld aanhoudt) is onder meer gericht op het
beheersen van de verschillende risico’s (wisselkoersrisico, renterisico,
herfinancieringsrisico). Dit risicobeheer kadert in de Algemene
Richtlijnen van de Schuld die jaarlijks worden opgelegd.
Gezien de gemiddelde looptijd van de uitstaande
schuld laat een stijging van de interestvoet zich met een grote
vertraging voelen in de interestlasten. Tabel 8 illustreert het effect
van een verhoging van de interesthypothesen met 100 basispunten voor de
periode 2008-2011 op de interestlasten.
|
TABEL 8
Impact van een wijziging van de interesthypothesen |
|
In % BBP |
2009 |
2010 |
2011 |
|
Afwijking interestlasten t.o.v.geschetst scenario |
0,2 |
0,3 |
0,3 |
In de huidige internationale economische context
is er op korte termijn minder gevaar voor een sterk afwijkende
interestevolutie dan wel voor een minder gunstige ontwikkeling van de
inflatie en meer algemeen de internationale economische omgeving.
Een wijziging van het BBP heeft vooral gevolgen
voor de ontvangsten van de overheid en in mindere mate voor de
uitgaven. Het in het stabiliteitsprogramma gehanteerde groeiscenario
wordt vergeleken met een groeipad dat overeenstemt met de geraamde
potentiële groei, een scenario met een jaarlijkse groei die 0,5
procentpunt lager is en een scenario met een groei die 0,5
procentpunt hoger ligt.
|
TABEL 9
De gevoeligheid van het vorderingensaldo voor veranderingen in de groei |
| |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
|
Stabiliteitsprogramma |
|
Reële BBP-groei |
1,9 |
2,0 |
2,0 |
2,0 |
|
Vorderingensaldo |
0,0 |
0,3 |
0,7 |
1,0 |
|
Potentiële groei |
|
Reële BBP-groei |
2,1 |
2,0 |
2,0 |
1,9 |
|
Vorderingensaldo |
0,1 |
0,4 |
0,8 |
1,0 |
|
Lagere
BBP groei |
|
Reële BBP-groei |
1,4 |
1,5 |
1,5 |
1,5 |
|
Vorderingensaldo |
-0,3 |
-0,2 |
-0,1 |
-0,1 |
|
Hogere
BBP-groei |
|
Reële BBP-groei |
2,4 |
2,5 |
2,5 |
2,5 |
|
Vorderingensaldo |
0,3 |
0,8 |
1,5 |
2,1 |
De groeihypothese die in dit
stabiliteitsprogramma voor de periode 2008-2011 wordt gehanteerd
sluit erg nauw aan bij de potentiële groei. Het verschil met het
basisscenario is dan ook vrij beperkt. Bij een hoger dan geraamde
groei, en op voorwaarde dat de extragroei integraal aangewend wordt
voor een verbetering van het saldo, zou het overschot in 2011
oplopen tot 2,1% van het BBP. Indien voor elk jaar van de periode
2008-2011 de groei 0,5 procentpunt lager zou liggen, dan wordt,
zonder compenserende inspanning, tegen het einde van de periode een
beperkt tekort opgetekend van 0,1% van het BBP.
|