NL  |   | 
Contact | Help | Sitemap       Zoeken:   Search .be

Belgisch Stabiliteitsprogramma

2008 - 2011

 

U bent hier : Belgisch Stabiliteitsprogramma breadcrumb image De economische context breadcrumb image De vooruitzichten voor de Belgische economie op korte termijn

De Belgische economische vooruitzichten voor 2008 volgens de Economische Begroting van januari 2008

Het groeitempo in België vertraagde in de tweede helft van 2007 en evolueerde, op kwartaalbasis, van een stijging van het bbp tegen constante prijzen van 0,7% en 0,6% in het eerste semester naar een toename van 0,5% in het tweede semester. Het Federaal Planbureau voorspelt voor 2008 een relatieve stabiliteit van dit groeitempo. Op jaarbasis zou de bbp-stijging in reële termen dalen van 2,7% in 2007 tot 1,9% in 2008. 

Deze vooruitzichten gingen uit van een gemiddelde wisselkoers van 1,44 dollar per euro en van een gemiddelde olieprijs van ongeveer 90 dollar per vat Brent voor 2008.

De resultaten van de door de NBB uitgevoerde conjunctuurenquête neigen er eerder toe het vooruitzicht te bevestigen van een matige vertraging van het groeitempo. Hoewel de synthetische vertrouwensindicator in juli een keerpunt bereikte en teruggevallen is, werd de sterke daling ervan van eind 2007, die beïnvloed kon zijn geweest door de nationale politieke context, immers min of meer gecompenseerd door de resultaten van het eerste kwartaal van 2008, wat resulteerde in een afgezwakte dalende trend.

TABEL 1
Groei en ermee samenhangende factoren

 % verandering tenzij anders aangegeven 2006
miljard
2007
miljard
2006 2007 2008 2009 2010 2011
1.BBP groei tegen constante prijzen 310,6 318,9 2,8 2,7 1,9 2,0 2,0 2,0
2.BBP in lopende prijzen (in miljard euro) 316,6 330,5 4,9 4,4 4,6 4,1 4,0 4,0

                                        Componenten van het reëel BBP

3. Consumptieve bestedingen van de particulieren 162,2 166,3 2,0 2,5 1,8 1,5 1,6 1,6
4. Consumptieve bestedingen van de overheid
68,7 70,5 0,0 2,6 2,6 1,8 1,9 1,8
5. Bruto vaste kapitaalvorming 63,9 67,2 4,2 5,1 2,4 2,7 2,5 2,7
6. Veranderingen in voorraden en netto aankoop activa - - 0,9 -0,2 0,0 0,0 0,0 0,0
7. Uitvoer van goederen en diensten 268,4 280,7 2,6 4,6 4,5 5,6 5,6 5,6
8. Invoer van goederen en diensten 257,2 269,8 2,7 4,9 4,8 5,6 5,6 5,6

                                         Bijdrage aan de groei van het reëel BBP

9. Finale bestedingen (3+4+5)  - - 2,9 2,8 2,0 1,8 1,8 1,8
10. Veranderingen in voorraden en netto aankoop activa - - 0,9 -0,2 0,0 0,0 0,0 0,0
11. Externe balans goederen en diensten - - 0,0 -0,1 -0,1 0,2 0,2 0,2


Wat zowel de gezinsconsumptie als de bedrijfsinvesteringen betreft, zou de groei van de binnenlandse vraag volgens de Economische Begroting in 2008 duidelijk moeten dalen. Zij zou slechts met 2,1% stijgen tegen 2,9% in 2007.

De particuliere consumptie zou toenemen met 1,8% tegen 2,5% in 2007. De stijging van het beschikbaar inkomen zal negatief beïnvloed worden door de weerslag van de versnelde inflatie en, in het bijzonder, van de verhoogde brandstofprijzen die niet in de gezondheidsindex, waarop de loonindexering gebaseerd is, zijn opgenomen. Daarnaast zou er een geringere werkgelegenheidstoename zijn dan in 2007 alsmede een matigere voor inflatie gecorrigeerde loonstijging.

De toename van de bedrijfsinvesteringen is sedert midden 2007 afgekoeld in het licht van de minder gunstige vraagvooruitzichten en zou dit jaar 3,4% kunnen bedragen tegen 7% in 2007 (1). De investeringen in woongebouwen ondervinden de weerslag van de toegenomen hypothecaire rente en de tragere reële groei van het beschikbaar inkomen. Zij zouden in 2008 slechts met 1% stijgen tegen 5,1% in 2007.

De groei van de buitenlandse afzetmarkten voor de Belgische producten zou in 2008 verminderen ten opzichte van 2007, gezien de vertraagde groei van de wereldhandel. Bovendien weegt de wisselkoersstijging op de prijscompetitiviteit van de Belgische exporteurs die in 2008 nog marktaandelen zouden verliezen doch op een relatief marginale manier.

Verschillende technische factoren laten echter vermoeden dat het groeivooruitzicht voor de uitvoer van goederen en diensten gelijkwaardig zal zijn in 2008 ten opzichte van 2007 (4,5% tegen 4,6%). Ondanks de vertraagde toename van de finale vraag, leidt een grote groei ervan op jaarbasis in 2008 tot een ongeveer even sterke stijging van de invoer als in 2007 (4,8% tegen 4,9%). De netto-uitvoer zou dus een licht negatieve bijdrage tot de groei leveren.

(1) Deze groeivoeten bedragen respectievelijk 3,3% en 5,3% als er rekening wordt gehouden met de boeking van de verkoop van overheidsgebouwen. 

TABEL 2
Prijsverloop

% Verandering 2006
(2005=100)
2007
(2005=100)
2006 2007 2008 2009 2010 2011
Deflator BBP 102,0 103,6 2,0 1,6 2,6 2,1 1,9 1,9
Deflator consumptieve bestedingen van de particulieren 102,5 104,5 2,5 2,0 2,9 1,7 1,8 1,8
Evolutie HICP 102,3 104,2 2,3 1,8 3,0 1,7 1,8 1,8
Deflator consumptieve bestedingen van de overheid 103,0 105,5 3,0 2,5 3,1 2,6 2,3 2,3
Deflator investeringen 102,7 104,7 2,7 1,9 2,5 2,0 2,0 2,0
Deflator uitvoer van goederen en diensten 103,4 106,3 3,4 2,7 1,9 0,9 1,2 1,4
Deflator invoer van goederen en diensten 104,0 106,4 4,0 2,3 2,0 0,8 1,2 1,4


De prijsstijging gemeten aan de hand van het nationaal indexcijfer der consumptieprijzen, bedroeg 1,8% in 2007. Als jaargemiddelde en op basis van de bovenvermelde hypothesen betreffende de wisselkoers en de olieprijs, is zij voor 2008 in de Economische Begroting geraamd op 3%. Op basis van de ontwikkelingen gedurende de eerste twee maanden van 2008 heeft het Federaal Planbureau in maart gesteld dat die toename 3,5% zou kunnen bereiken. Deze versnelde prijsstijging zou grotendeels toe te schrijven zijn aan de toename van de olieprijs maar ook aan de verhoging van de gas- en elektriciteitsprijzen alsmede aan de prijsstijging van bepaalde voedselproducten. De gezondheidsindex waarin de toegenomen brandstofprijzen niet opgenomen worden, zou iets minder snel moeten stijgen: met 2,8% volgens de Economische Begroting en met 3,3% volgens de recentste herzieningen. Naast een eerste indexering in februari zou een tweede indexering van de overheidslonen en van de sociale uitkeringen in mei/juni moeten plaatsvinden.

De werkgelegenheidsgroei, die achterloopt op de toename van de economische activiteit, zou in 2008 vertragen, maar de werkgelegenheidsgraad zou nog licht toenemen tot 63,7%. De geharmoniseerde Eurostat-werkloosheidsgraad zou terugvallen tot 7,3% tegen 7,6% in 2007.

TABEL 3
Evolutie op de arbeidsmarkt

% verandering 2006
Niveau
2007
Niveau
2006 2007 2008 2009 2010 2011
1. Binnenlandse werkgelegenheid 4.278,0 4.346,1 (a) 1,2 1,6 1,1 0,9 0,9 0,8
2. Aantal gewerkte uren 6.328,6 6.427,0 (b) 1,4 1,6 1,0 0,8 0,8 0,7
3. Werkloosheidsgraad
(% definitie Eurostat)
8,2 7,6 8,2 7,6

 
7,3 7,1
 
7,0

 
6,7
4. Arbeidsproductiviteit per kop 72,6 73,4 (c) 1,6 1,1 0,8 1,1 1,2 1,3
5. Arbeidsproductiviteit per uur 49,1 49,6 (d) 1,4 1,1 0,8 1,2 1,3 1,4
6. Beloning van werknemers 158,2 165,5 (e) 4,5 4,7 4,2 4,3 4,4 4,4
7. Beloning per werknemer 44,1 45,5 (f) 3,2 3,1 3,2 3,3 3,4 3,4
(a) duizend - (b) miljoen uren - (c) duizend euro - (d) euro - (e) miljarden euro - (f) duizend euro

 

Laatste wijziging : 04-06-2008
 

©2006 Belgian Federal Government  | Disclaimer |  Privacy