NL  |   | 
Contact | Help | Sitemap       Zoeken:   Search .be

Belgisch Stabiliteitsprogramma

2011 - 2014

 

U bent hier : Belgisch Stabiliteitsprogramma breadcrumb image Duurzame gezondmaking van de overheidsfinanciën, kwaliteit van de overheidsfinanciën en macro-economische uitdagingen breadcrumb image De grote lijnen van de begrotingssanering


De grote lijnen van de begrotingssanering

De Belgische overheid heeft zich prioritair tot doel gesteld in de komende jaren een duurzame begrotingssanering te verwezenlijken. Die sanering is een noodzakelijke voorwaarde om een duurzame economische groei te ondersteunen. Immers, zonder consolidatie zouden de toename van het tekort en de overheidsschuld in de context van de vergrijzing van de bevolking en de terugkeer van het sneeuwbaleffect zorgen voor een aanzienlijke stijging van de risicopremie en de rentetarieven op lange termijn, wat een domper zou zetten op de consumptie en de investeringen. In die context is een geloofwaardige strategie van consolidatie van de overheidsfinanciën met het oog op het terugdringen van de overheidsschuld van essentieel belang.

De Belgische overheid is voorts van mening dat die inspanning niet duurzaam kan zijn zonder structurele hervormingen in lijn met de doelstellingen van de strategie EU2020, het Euro Plus-pact en de recente besluiten van de Europese Raad van 23-24 maart.

Wat de uitgaven betreft zouden de krachtlijnen van de begrotingsinspanning de volgende zijn:

· een verhoging van de efficiëntie en de kwaliteit van de overheidsdiensten ;

· hervormingen van de arbeidsmarkt om de werkgelegenheidsgraad op te trekken en in het bijzonder de participatie van de doelgroepen op de arbeidsmarkt, overeenkomstig de doelstellingen van het nationaal hervormingsprogramma ;

· hervormingen om de efficiëntiewinsten in de gezondheidszorg te verhogen en daarbij de toegang tot kwalitatieve gezondheidszorg voor iedereen te behouden;

· beheersing van sommige uitgaven, onder meer inzake dienstencheques en tijdskrediet;

· een alomvattende hervorming van het pensioenstelsel teneinde de effectieve pensioenleeftijd te verhogen en de doeltreffendheid van het pensioenstelsel te behouden; de federale regering zal die opdracht voortzetten en het proces bepalen om beslissingen te nemen teneinde ons pensioenstelsel de hervormen en te versterken. Om de effectieve pensioenleeftijd te verhogen zal België eveneens in oktober 2011 een evaluatie maken van het beleid om vervroegde pensionering (bijv. brugpensioen) te beperken en het blijven werken aan te moedigen in het kader van de maatregelen van het generatiepact;

· de complexiteit van de fiscaliteit terug te dringen en de transparantie ervan te verhogen;

· intensifiëring van de strijd tegen de sociale fraude, onder meer via verscherpte controles en kruising van databanken, wat thans mogelijk is dankzij de investeringen op dat vlak in de voorbije jaren;

· terugdringen van de uitgaven inzake rentelasten door het afbouwen van het tekort.

Wat de ontvangsten betreft, zullen de te nemen maatregelen worden geanalyseerd in het kader van een Europese convergentie. Vandaar dat

· het accent zal worden gelegd op groene fiscaliteit, die nog onder het Europees gemiddelde (in % van het bbp) blijft, onder meer om de actoren in de Belgische samenleving ertoe aan te zetten hun gedragingen te wijzigen en aldus de overgang naar een duurzame economie in de hand te werken.

- De regering bestudeert de mogelijkheid om een belasting op nucleaire brandstof in te voeren. Hiertoe werd een studie besteld bij de Nationale Bank van België om de opportuniteit en de modaliteiten van een dergelijke belasting te onderzoeken. 

- De regering gaat ook de mogelijkheid na om een belasting op « first » en « business class »-vliegtuigticketten in te voeren. Er is hierover thans een overlegronde met de Gewesten aan de gang.

· Het accent zal worden gelegd op een passende bijdrage van de financiële sector om enerzijds de negatieve effecten van de financiële crisis op de overheidsfinanciën te compenseren en anderzijds de door de sector genomen risico’s te beperken.

· De regering is van oordeel dat, gelet op het reeds hoge niveau ervan, de belasting op arbeid niet zal worden verhoogd.

· Een versterking van de inspanning om de strijd tegen de fiscale fraude en de verbetering van de inning verder te zetten.

Tabel 28 herneemt het vorderingensaldo van de gezamenlijke overheid waarvoor de Belgische overheid zich uitdrukkelijk engageert en waartoe ze de noodzakelijke maatregelen zal nemen. De verdeling vanaf 2012 in onderstaande tabel is louter illustratief en loopt geenszins vooruit op de concrete uitvoering van bovenvermelde maatregelen, waartoe de volgende regering zal beslissen.

TABEL 28
Begrotingsvooruitzichten voor de gezamenlijke overheid
(1)

(In % van het bbp) 2010
niveau(in miljard EUR)
2010
 
2011 2012 2013 2014

                                                              

Vorderingensaldo van de subsectoren
1. Gezamenlijke overheid -14,4 -4,1 -3,6 -2,8 -1,8 -0,8
2. Federale overheid -10,9 -3,1 -3,1 -1,9 -1,7  
3. Gemeenschappen en gewesten en lokale overheden -3,2 -0,9 -0,5 -0,4 0,2  
4. Sociale verzekeringsinstellingen -0,3 -0,1 0,0 -0,5 -0,3  
  Gezamenlijke overheid
5. Totale ontvangsten 172,2 48,9 49,8 49,6 49,9 49,9
6. Totale uitgaven 186,6 53,1 53,4 52,4 51,7 50,7
7. Vorderingensaldo -14,4 -4,1 -3,6 -2,8 -1,8 -0,8
8. Interestbetalingen (EDP) 12,0 3,4 3,5 3,6 3,7 3,6
9. Primair saldo -2,4 -0,7 -0,1 0,8 1,9 2,8
10. Eenmalige en tijdelijke maatregelen -0,3 -0,3 -0,1 0,0 0,0 0,0
  Belangrijkste componenten van de ontvangsten
11. Totale belastingen 103,0

29,3

29,6

29,5

29,5

29,5

(11=11a+11b+11c)            
11a. Belastingen op productie en invoer 

45,5

12,9

13,0

13,0

12,9 12,9
11b. Belastingen op inkomen, vermogen,... 55,1 15,7 15,9 15,8 15,9 15,9
11c. Kapitaalbelastingen 2,5 0,7 0,7 0,7 0,7 0,7
12. Sociale bijdragen 58,1 16,6 16,7 16,7 16,8 16,8
13. Inkomen uit vermogen 3,0 0,9 1,1 1,0 1,0 1,0
14. Andere   8,1 2,3 2,4 2,5 2,6 2,6
15. Totale ontvangsten  172,2 49,1 49,8 49,6 49,9 49,9
p.m. Gobale heffing 163,1 46,4 46,9 46,9 47,0 47,0
  Belangrijkste componenten van de uitgaven
16. Consumptieve bestedingen 58,0 16,6 16,2 15,8 15,5 15,0
17. Sociale uitkeringen 88,9 25,3 25,4 25,4 25,4 25,4
18. Interestlasten 12,0 3,4 3,5 3,6 3,7 3,6
19. Subsidies 8,7 2,5 2,5 2,1 2,0 2,0
20. Bruto-investeringen in vaste activa 5,9 1,7 1,9 1,9 1,7 1,7
21. Andere 13,1 3,6 3,9 3,5 3,4 3,0
22. Totale uitgaven 186,6 53,1 53,4 52,4 51,7 50,7

(1) De verdeling tussen de federale overheid enerzijds en de Gemeenschappen en Gewesten en de lokale overheden anderzijds voor de periode 2013-2014 hangt onder meer af van de resultaten van de staatshervorming waarover de besprekingen aan de gang zijn.

Het stabiliteitsprogramma is voor de periode 2011-2014 gebaseerd op de begroting 2011, die de federale regering op 24/03 heeft opgesteld. Die begroting is ingediend bij het Parlement. Bij de voorbereiding van die begroting ging de regering uit van een tekort van 4,5 % van het BBP voor 2010. Intussen heeft het INR op 31/03 zijn eerste ramingen van het overheidstekort gepubliceerd, in het kader waarvan het tekort inzake vorderingensaldo teruggebracht is tot -4,1 % van het BBP.

Laatste wijziging : 11-07-2011
 

©2006 Belgian Federal Government  | Disclaimer |  Privacy