|
De grote lijnen van de begrotingssanering
De Belgische overheid heeft zich prioritair tot
doel gesteld in de komende jaren een duurzame begrotingssanering te
verwezenlijken. Die sanering is een noodzakelijke voorwaarde om een
duurzame economische groei te ondersteunen. Immers, zonder consolidatie
zouden de toename van het tekort en de overheidsschuld in de context van
de vergrijzing van de bevolking en de terugkeer van het sneeuwbaleffect
zorgen voor een aanzienlijke stijging van de risicopremie en de
rentetarieven op lange termijn, wat een domper zou zetten op de
consumptie en de investeringen. In die context is een geloofwaardige
strategie van consolidatie van de overheidsfinanciën met het oog op het
terugdringen van de overheidsschuld van essentieel belang.
De Belgische overheid is voorts van mening dat
die inspanning niet duurzaam kan zijn zonder structurele hervormingen in
lijn met de doelstellingen van de strategie EU2020, het Euro Plus-pact
en de recente besluiten van de Europese Raad van 23-24 maart.
Wat de uitgaven betreft zouden de krachtlijnen
van de begrotingsinspanning de volgende zijn:
· een verhoging van de efficiëntie en de
kwaliteit van de overheidsdiensten ;
· hervormingen van de arbeidsmarkt om de
werkgelegenheidsgraad op te trekken en in het bijzonder de
participatie van de doelgroepen op de arbeidsmarkt, overeenkomstig
de doelstellingen van het nationaal hervormingsprogramma ;
· hervormingen om de efficiëntiewinsten in de
gezondheidszorg te verhogen en daarbij de toegang tot kwalitatieve
gezondheidszorg voor iedereen te behouden;
· beheersing van sommige uitgaven, onder meer
inzake dienstencheques en tijdskrediet;
· een alomvattende hervorming van het
pensioenstelsel teneinde de effectieve pensioenleeftijd te verhogen
en de doeltreffendheid van het pensioenstelsel te behouden; de
federale regering zal die opdracht voortzetten en het proces bepalen
om beslissingen te nemen teneinde ons pensioenstelsel de hervormen
en te versterken. Om de effectieve pensioenleeftijd te verhogen zal
België eveneens in oktober 2011 een evaluatie maken van het beleid
om vervroegde pensionering (bijv. brugpensioen) te beperken en het
blijven werken aan te moedigen in het kader van de maatregelen van
het generatiepact;
· de complexiteit van de fiscaliteit terug te
dringen en de transparantie ervan te verhogen;
· intensifiëring van de strijd tegen de
sociale fraude, onder meer via verscherpte controles en kruising van
databanken, wat thans mogelijk is dankzij de investeringen op dat
vlak in de voorbije jaren;
· terugdringen van de uitgaven inzake
rentelasten door het afbouwen van het tekort.
Wat de ontvangsten betreft, zullen de te nemen
maatregelen worden geanalyseerd in het kader van een Europese
convergentie. Vandaar dat
· het accent zal worden gelegd op groene
fiscaliteit, die nog onder het Europees gemiddelde (in % van het
bbp) blijft, onder meer om de actoren in de Belgische samenleving
ertoe aan te zetten hun gedragingen te wijzigen en aldus de overgang
naar een duurzame economie in de hand te werken.
- De regering bestudeert de mogelijkheid
om een belasting op nucleaire brandstof in te voeren. Hiertoe
werd een studie besteld bij de Nationale Bank van België om de
opportuniteit en de modaliteiten van een dergelijke belasting te
onderzoeken.
- De regering gaat ook de mogelijkheid na
om een belasting op « first » en « business class
»-vliegtuigticketten in te voeren. Er is hierover thans een
overlegronde met de Gewesten aan de gang.
· Het accent zal worden gelegd op een
passende bijdrage van de financiële sector om enerzijds de negatieve
effecten van de financiële crisis op de overheidsfinanciën te
compenseren en anderzijds de door de sector genomen risico’s te
beperken.
· De regering is van oordeel dat, gelet op
het reeds hoge niveau ervan, de belasting op arbeid niet zal worden
verhoogd.
· Een versterking van de inspanning om de
strijd tegen de fiscale fraude en de verbetering van de inning
verder te zetten.
Tabel 28 herneemt het vorderingensaldo van de
gezamenlijke overheid waarvoor de Belgische overheid zich uitdrukkelijk
engageert en waartoe ze de noodzakelijke maatregelen zal nemen. De
verdeling vanaf 2012 in onderstaande tabel is louter illustratief en
loopt geenszins vooruit op de concrete uitvoering van bovenvermelde
maatregelen, waartoe de volgende regering zal beslissen.
|
TABEL 28
Begrotingsvooruitzichten voor de gezamenlijke overheid(1) |
|
(In % van het bbp) |
2010 niveau(in miljard EUR) |
2010 |
2011 |
2012 |
2013 |
2014 |
|
|
Vorderingensaldo van de
subsectoren |
|
1. Gezamenlijke overheid |
-14,4 |
-4,1 |
-3,6 |
-2,8 |
-1,8 |
-0,8 |
|
2. Federale overheid |
-10,9 |
-3,1 |
-3,1 |
-1,9 |
-1,7 |
|
|
3. Gemeenschappen en gewesten en
lokale overheden |
-3,2 |
-0,9 |
-0,5 |
-0,4 |
0,2 |
|
|
4. Sociale verzekeringsinstellingen |
-0,3 |
-0,1 |
0,0 |
-0,5 |
-0,3 |
|
| |
Gezamenlijke overheid |
|
5. Totale ontvangsten |
172,2 |
48,9 |
49,8 |
49,6 |
49,9 |
49,9 |
|
6. Totale uitgaven |
186,6 |
53,1 |
53,4 |
52,4 |
51,7 |
50,7 |
|
7. Vorderingensaldo |
-14,4 |
-4,1 |
-3,6 |
-2,8 |
-1,8 |
-0,8 |
|
8. Interestbetalingen (EDP) |
12,0 |
3,4 |
3,5 |
3,6 |
3,7 |
3,6 |
|
9. Primair saldo |
-2,4 |
-0,7 |
-0,1 |
0,8 |
1,9 |
2,8 |
|
10. Eenmalige en tijdelijke
maatregelen |
-0,3 |
-0,3 |
-0,1 |
0,0 |
0,0 |
0,0 |
| |
Belangrijkste
componenten van de ontvangsten |
|
11. Totale
belastingen |
103,0 |
29,3 |
29,6 |
29,5 |
29,5 |
29,5 |
|
(11=11a+11b+11c) |
|
|
|
|
|
|
|
11a. Belastingen op
productie en invoer |
45,5 |
12,9 |
13,0 |
13,0 |
12,9 |
12,9 |
|
11b. Belastingen op
inkomen, vermogen,... |
55,1 |
15,7 |
15,9 |
15,8 |
15,9 |
15,9 |
|
11c.
Kapitaalbelastingen |
2,5 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
0,7 |
|
12. Sociale
bijdragen |
58,1 |
16,6 |
16,7 |
16,7 |
16,8 |
16,8 |
|
13. Inkomen uit
vermogen |
3,0 |
0,9 |
1,1 |
1,0 |
1,0 |
1,0 |
|
14. Andere
|
8,1 |
2,3 |
2,4 |
2,5 |
2,6 |
2,6 |
|
15. Totale
ontvangsten |
172,2 |
49,1 |
49,8 |
49,6 |
49,9 |
49,9 |
|
p.m. Gobale heffing |
163,1 |
46,4 |
46,9 |
46,9 |
47,0 |
47,0 |
| |
Belangrijkste
componenten van de uitgaven |
|
16. Consumptieve
bestedingen |
58,0 |
16,6 |
16,2 |
15,8 |
15,5 |
15,0 |
|
17. Sociale
uitkeringen |
88,9 |
25,3 |
25,4 |
25,4 |
25,4 |
25,4 |
|
18. Interestlasten
|
12,0 |
3,4 |
3,5 |
3,6 |
3,7 |
3,6 |
|
19. Subsidies
|
8,7 |
2,5 |
2,5 |
2,1 |
2,0 |
2,0 |
|
20.
Bruto-investeringen in vaste activa |
5,9 |
1,7 |
1,9 |
1,9 |
1,7 |
1,7 |
|
21. Andere
|
13,1 |
3,6 |
3,9 |
3,5 |
3,4 |
3,0 |
|
22.
Totale uitgaven |
186,6 |
53,1 |
53,4 |
52,4 |
51,7 |
50,7 |
(1) De verdeling tussen
de federale overheid enerzijds en de Gemeenschappen en Gewesten en de lokale
overheden anderzijds voor de periode 2013-2014 hangt onder meer af van de
resultaten van de staatshervorming waarover de besprekingen aan de gang
zijn.
Het stabiliteitsprogramma is voor de
periode 2011-2014 gebaseerd op de begroting 2011, die de federale
regering op 24/03 heeft opgesteld. Die begroting is ingediend bij het
Parlement. Bij de voorbereiding van die begroting ging de regering uit
van een tekort van 4,5 % van het BBP voor 2010. Intussen heeft het INR
op 31/03 zijn eerste ramingen van het overheidstekort gepubliceerd, in
het kader waarvan het tekort inzake vorderingensaldo teruggebracht is
tot -4,1 % van het BBP.
|