|
De kwaliteit van de overheidsfinanciën
Fraudebestrijding
De strijd tegen de fraude is een strijd voor
rechtvaardigheid en eerlijke concurrentie. Een volgehouden strijd tegen
de fiscale en sociale fraude is ook de beste remedie tegen verhogingen
van de belastingen en sociale bijdragen. Tijdens de voorbije jaren was
fraudebestrijding geen sluitpost van de begroting, maar een effectieve
aanpak met becijferde ontvangsten.
Binnen het regeerakkoord werd van meet af
geopteerd voor een resolute aanpak van de fraude. Tijdens de huidige
legislatuur werd voor het eerst een Staatssecretaris voor de Coördinatie
van de fraudebestrijding benoemd. Om deze coördinatieopdracht waar te
kunnen maken, kan hij een beroep doen op twee nieuw opgerichte organen:
het College en het Ministerieel Comité voor de strijd tegen de fiscale
en sociale fraude.
Het College is samengesteld uit de topambtenaren
van de sociale, fiscale, economische, politie- en gerechtelijke diensten
die betrokken zijn bij de strijd tegen de fraude. De samenstelling van
het College garandeert dat kan gesteund worden op de expertise en de
terreinkennis van het kruim van administratie, politie en gerecht.
Het tweede orgaan is het Ministerieel Comité voor
de strijd tegen de fiscale en sociale fraude. Dat bestaat uit de
premier, de staatssecretaris en de regeringsleden die vanuit hun
bevoegdheden betrokken zijn bij de strijd tegen fraude. Het is en blijft
de taak van elke minister om de fraude in zijn bevoegdheidsdomein aan te
pakken.
De eerste twee werkjaren werd in de schoot van
het College telkens een actieplan opgemaakt, samen bestaande uit meer
dan 100 projecten en actiepunten. Deze plannen vertrekken vanuit
gegevensuitwisseling als centrale basisvoorwaarde voor een efficiënte
fraudebestrijding. De actiepunten bestrijken de hele keten van de
fraudebestrijding. Ze gaan van een betere preventie en detectie over een
strengere controle tot een efficiënter vervolgingsbeleid en afdoende
bestraffing.
Elk actieplan streeft naar een maximale
betrokkenheid van de bestaande actoren en waar nodig, naar een
aanpassing van de bestaande structuren. Dit alles wordt dus gerealiseerd
zonder nieuwe instellingen op te richten. Naast deze actieplannen werden
nog specifieke projecten opgestart, al dan niet in thematische
werkgroepen.
Zo werd uitvoering gegeven aan diverse
aanbevelingen van de parlementaire onderzoekscommissie naar de grote
fiscale fraudedossiers door de oprichting van een deskundigenwerkgroep
bestaande uit leden van justitie, fiscus en politie.
Recent keurde het Parlement wetsvoorstellen goed
met betrekking tot het bankgeheim en de minnelijke schikking. Deze laten
toe dat zowel de fiscus als justitie slagkrachtig kunnen optreden tegen
ernstige vormen van fiscale fraude.
De ontslagnemende regering had zich geëngageerd
om tegen het eind van de regeerperiode structureel 1 miljard EUR te
realiseren bij de fraudebestrijding. Uit de becijfering in het kader van
de opmaak van de begroting 2011 blijkt dat dit doel ruimschoots binnen
bereik is.
|
TABEL 29
Balans
fraudebestrijding 2009-2011 |
|
In mio EUR |
2009 |
2010 |
2011 |
|
Balans fraudebestrijding |
422 |
621 |
1.006 |
Teneinde deze resultaten naar de toekomst te
kunnen bestendigen en zelfs te verbeteren werd samen met de federale
administraties een visietekst uitgeschreven. Die bestaat uit 12
bouwstenen voor de verdere fraudebestrijding, die door het College voor
de strijd tegen fiscale en sociale fraude werden goedgekeurd.
Goed en efficiënt bestuur
De regering heeft sinds 2008 een bijzondere
inspanning geleverd om de efficiëntie en de doeltreffendheid van de
federale administratie verder te versterken. Het feit dat in de periode
2008-2018 40% van de federale ambtenaren met pensioen vertrekt, biedt
daarvoor een gunstig kader. De verschillende entiteiten van de federale
overheid hebben sinds 2008 op selectieve wijze de ambtenaren vervangen
die met pensioen (of om andere redenen) vertrokken. Tabel 30 geeft de
evolutie weer van het aantal VTE’s of Voltijdse Equivalenten van het
Federaal Administratief Openbaar Ambt en de Bijzondere Korpsen.
|
TABEL
30(1)
Evolutie Personeelsbestand federale
overheid |
|
In VTE |
2008 |
2009 |
2010 |
2011 |
Evolutie 2008-2011 |
| |
|
in VTE |
in % |
|
Personeel federale overheid |
141.728 |
138.767 |
137.079 |
133.972 |
-7.756 |
-5,47% |
|
Bron:
http://www.Pdata.be |
In 2009 heeft de regering 60 miljoen EUR (0,91%)
op de personeelskredieten bespaard via het selectief vervangingsbeleid
en heeft bovendien het gebruik van de voorziene personeelskredieten op
98% geplafonneerd. In 2010 is 0,7% bespaard op de personeelskredieten,
alsook een extra vermindering van 100 miljoen EUR (± 1,55%)
gerealiseerd. Specifiek voor de Openbare Instellingen van de Sociale
Zekerheid heeft de regering in 2010 de globale middelen verminderd met
10 miljoen EUR. In 2011 bespaart de regering opnieuw 0,7% op de
personeelskredieten en in de planning wordt rekening gehouden met het
aanhouden van dit besparingsregime in 2012 en 2013.
Het personeelsbestand van het Federale overheid
is in de periode 2008-2011 met 5,47% afgenomen. De afbouw van het leger
neemt een groot deel van dit percentage voor zijn rekening. De
maatregelen hebben geleid tot een inkrimping van het personeelsbestand,
zonder dat de kwaliteit van de dienstverlening aan de samenleving in het
gedrang komt.
(1) Federaal
Administratief Openbaar ambt : Federale Overheidsdiensten (FOD),
Programmatorische Overheidsdiensten (POD), Wetenschappelijke
Instellingen
(WI), Instellingen van Openbaar Nut (ION), Openbare Instellingen van Sociale
Zekerheid (OISZ) en Bijzondere Korpsen : Leger, Rechterlijke
Orde, Raad van
de State, Federale Politie en Inspectie van Financiën.
|